Voorbereiden les – Mentaal model

Binnen het onderzoek ‘Ontwikkelen van lesmateriaal’ (Case 2 Kennisbanken) was ook ruimte om vragen te stellen over het voorbereiden van een les. Dit scheelde enorm veel in het aantal uit te voeren interviews. Onderstaande mentale ruimte is een onderdeel van het mentale model Ontwikkelen van lesmateriaal (pdf).

Mentaal model Les voorbereiden
Mentaal model Les voorbereiden

Karin van den Driesche – Filterdesign

Advertisements

Ontwikkelen materiaal – Gebruikersonderzoek

Onderzoeksvraag:
Ontwikkelen van lesmateriaal (zie bericht Kennisbanken – Onderzoeksvragen)

Wat hebben we gedaan:
Interviews van ongeveer een uur met acht docenten, verdeeld over een zo divers mogelijk scala van scholen binnen de vakken scheikunde en economie. De interviews zijn semi-gestructureerd en meester-leerling qua aanpak.
Deelnemers waren:
– Leraar in opleiding
– Beginnende docenten, bevoegd en onbevoegd (zij-instromer)
– Ervaren docenten/begeleiders van leraren in opleiding
Eén deelnemer was niet bekend met een kennisbank, de anderen hadden wel eens een kennisbank bezocht.

Vragen als guideline tijdens interviews:
Wat doet men voor, tijdens en na de les?
Wat zijn de triggers voor de verschillende activiteiten?
Boek of geen boek volgen? Relatie met de methode.
Ontwikkelt men samen met anderen?
Hoe lang is men bezig met voorbereiden?
Wordt er meer materiaal ontwikkeld aansluitend bij de methode? Indien ja, waarom?
Heeft men al een duidelijk beeld voordat men gaat ontwikkelen?
Wordt materiaal gedeeld met collega’s?
Enzo.

Karin van den Driesche – http://www.filterdesign.nl

Interviews – Hoeveel?

Een manier om deelnemers te selecteren, die ik vaak gebruik, is het bepalen van rollen. We hebben allemaal meerdere rollen en deze rollen vertellen wat we doen en waar onze verantwoordelijkheden liggen. Tijdens de interviews met gebruikers achterhaal je hoe iemand deze rol uitvoert, wat de aanpak is en waar deze aanpak gelijkenissen heeft met andere manieren van aanpak. Nu zijn we allemaal uniek, echter alleen in details. In de structuur van aanpak zijn drie verschillende manieren vaak het maximum. Tot nu toe ben ik bij mijn projecten niet meer dan twee verschillende structuren van aanpak tegengekomen.

Wanneer je zorgt dat de rollen die gedefinieerd zijn minimaal drie keer worden besproken dan heb je voldoende deelnemers. In de onderstaande matrix zie je dat rol E en F maar twee maal voorkomen. Je kunt nog een interview houden, deelnemers vervangen of bij tijd gebrek er gewoon voor gaan, de gegevens analyseren en later uitbreiden. Dit laatste kan natuurlijk altijd, na vijf of zes interviews kijken wat je hebt verzameld en besluiten of er nog meer interviews gehouden moeten worden. Beter één interview, dan geen!
Deelnemers matrix

Een quote van Karen Holtzblatt, oprichter van Incontext Enterprises en schrijver van Contextual Design (mijn bijbel ;-), over het aantal interviews met gebruikers:
‘…years ago, while testing for usability, people in the industry were not comfortable with test results from small numbers of users. However, after 15 years of collecting data, the industry has found through experience that small numbers add up to a detailed picture of work practice that supports design. And we’re not just looking at usability any more; we’re engaged in market characterization at the level of work practice.’ Uit ‘Data From a Few Leads to Optimum Results‘ in 2001.

Karin van den Driesche – Filterdesign