Interviewen = Luisteren = Loslaten

Loslaten van je eigen agenda
Loslaten van je vooroordelen, stereotypen, projecties
Loslaten van je verwachtingen en uitkomst
Loslaten van het willen controleren van een groep of omgeving om een bepaalde uitkomst te forceren
Loslaten van het idee dat je het beter weet
Loslaten van grenzen en voorbij die grenzen durven kijken

Karin van den Driesche – Filterdesign

Hoeveel tijd per interview (exclusief reistijd)

Benaderen deelnemer en afspraak maken         1 uur
Interview afnemen                                                       1 uur
Direct verwerken interview                                     1 uur
– Aantekeningen  en observaties ordenen
– Artefacten ordenen
– Aanleveren interview voor transcript
– Nog iets beluisteren

Transcript (laten) maken, letterlijke uitwerking,  5 x duur van het interview.

Karin van den Driesche

UCD proces – Tijdschema

In twee weken kun je:
Interviewen van 6 gebruikers/klanten en de gegevens interpreteren
Een mentaal model bouwen
Opstellen van ontwerp specificaties

In vier weken kun je:
Interviewen van 6 gebruikers/klanten en de gegevens interpreteren
Een mentaal model bouwen
Opstellen van ontwerp specificaties
Inzicht krijgen op het nieuwe ontwerp en identificeren van UI elementen
Maken van papieren prototype, testen met 6 eindgebruikers en verbeteren ontwerp

In zes weken kun je:
Interviewen van 10 gebruikers/klanten en de gegevens interpreteren
Een mentaal model bouwen
Uitwerken van flow en sequence modellen
Inzicht krijgen op het nieuwe ontwerp
Persona’s maken en identificeren van UI elementen
Maken van papieren prototype, testen met in totaal 6 eindgebruikers en verbeteren van het ontwerp

Bedenk: Beter één interview dan geen!

Karin van den Driesche – Filterdesign

Ontwikkelen lesmateriaal – Analyse

Wat hebben we gehoord
Door turven van uitspraken, gedaan tijdens de interviews, hebben we een aantal patronen kunnen herkennen. Deze patronen hadden betrekking op:
– Emoties (‘Zelf maken van lesmateriaal is leuk’ of ‘De lesstof van de methode is saai, het leeft niet’)
– Zoekgedrag naar lesmateriaal, zie afbeelding
– Aanleiding en motivatie om eigen lesmateriaal (bij) te maken
– Drempels om eigen lesmateriaal te maken
– Motiveren van leerlingen door zelf materiaal te maken
– Link willen leggen naar de praktijk, actualiteiten en de belevingswereld van leerlingen
– Archiveren van eigen gemaakt lesmateriaal
– Filosofieën m.b.t. ontwikkelen van lesmateriaal (‘Ik wil een grotere groep leerlingen die mijn vak kiezen en meer enthousiasme creëren door linken te leggen naar de praktijk.’ of ‘Voorbereiden van de les moet niet langer duren dan de les zelf.’)
– De aanpak van het voorbereiden van een les
– Criteria bij het aanschaffen van een nieuwe methode.
We hebben ook gekeken naar het grote aanbod van lesmateriaal wat al aanwezig is op internet. Een aantal interessante artefacten verzameld. En de diverse verwachtingen t.o.v.  een kennisbank en de rol van een kennisbank binnen de werkzaamheden van een docent in beeld gebracht.

Zoekgedrag lesmateriaal
Zoekgedrag lesmateriaal

Karin van den Driesche – http://www.filterdesign.nl

Ontwikkelen materiaal – Gebruikersonderzoek

Onderzoeksvraag:
Ontwikkelen van lesmateriaal (zie bericht Kennisbanken – Onderzoeksvragen)

Wat hebben we gedaan:
Interviews van ongeveer een uur met acht docenten, verdeeld over een zo divers mogelijk scala van scholen binnen de vakken scheikunde en economie. De interviews zijn semi-gestructureerd en meester-leerling qua aanpak.
Deelnemers waren:
– Leraar in opleiding
– Beginnende docenten, bevoegd en onbevoegd (zij-instromer)
– Ervaren docenten/begeleiders van leraren in opleiding
Eén deelnemer was niet bekend met een kennisbank, de anderen hadden wel eens een kennisbank bezocht.

Vragen als guideline tijdens interviews:
Wat doet men voor, tijdens en na de les?
Wat zijn de triggers voor de verschillende activiteiten?
Boek of geen boek volgen? Relatie met de methode.
Ontwikkelt men samen met anderen?
Hoe lang is men bezig met voorbereiden?
Wordt er meer materiaal ontwikkeld aansluitend bij de methode? Indien ja, waarom?
Heeft men al een duidelijk beeld voordat men gaat ontwikkelen?
Wordt materiaal gedeeld met collega’s?
Enzo.

Karin van den Driesche – http://www.filterdesign.nl

Professionaliseren – Gebruikersonderzoek

Het gebruikersonderzoek heeft geleid tot meer inzichten over rollen, doelstellingen, gedrag, emoties, filosofieën in het algemeen binnen het werkveld van een docent/leerkracht. Wat betreft de focus van het project: ‘Definiëren en analyseren mogelijkheden binnen professionaliseren van docenten/leerkrachten’, weten we nu wat de triggers zijn om te reflecteren, wanneer men individueel reflecteert en waarom, wanneer en waarom men het liefst in groepsverband reflecteert en in welke vorm. We weten nu veel meer over hoe men kennis vergaart, wat de opvattingen zijn over de huidige generatie. Een onderwerp wat vaak terug kwam was, ‘orde houden’. Wat zijn in dit verband de verschillen per school, type docent en wat betekent dit voor een beginnende docent of een docent die na een paar jaar er tussen uit te zijn geweest weer begint. Maar ook wat betekent orde houden voor de ervaren docent die switch van school of klas.
Als het gaat om reflecteren (formeel en informeel) kennen we nu de gewenste tijdpaden die we gaan ondersteunen, omdat we zo aansluiten bij de behoeften van docenten.
Buiten een mentaal model en een flowmodel heeft het onderzoek geleid tot een aantal concepten en ontwerp principes. (Principes zijn een platform waarop ontwerp beslissingen worden genomen.)

Volgende keer: Proformas – Mentaal model

Karin van den Driesche – Filterdesign

Bestaande vs nieuwe applicatie

Het onderzoek is hetzelfde, je stapt terug van de tool en je kijkt naar de werkzaamheden, omgeving en de motivatie van de gebruikers.
Waar je wel rekening mee houdt bij een bestaande applicatie zijn:
– Gewoontevorming
– Verwachtingen bestaan al
– Feedback van gebruikers: goed & slecht

Karin van de Driesche – Filterdesign