Professionaliseren – Triggers voor reflectie

Om beter te kunnen aansluiten op het patroon van activiteiten van onze gebruikers hebben we de aanleiding tot reflectie en verbeteren van lesgeven door docenten/leerkrachten in kaart gebracht. We krijgen op deze manier inzicht in de ondersteuningsbehoeftes. De mogelijkheden tot ondersteuning zitten hem niet alleen in de positieve triggers maar ook de pijnpunten, deze laatste worden in rood weergegeven met een bliksemschicht.

Triggers voor reflectie
Triggers voor reflectie

Karin van den Driesche – Filterdesign

Professionaliseren – Flowmodel

Nog een van de deliverables uit het onderzoek, het flowmodel (pdf). Hierin vinden we de gemeenschappelijke structuur van werkzaamheden. Hoe zaken georganiseerd zijn en de coördinatie van de communicatie. In de rechthoeken staan de artefacten die gebruikt worden tijdens deze processen.
De inzet van een flowmodel tijdens het brainstormen is proberen verlichting aan te brengen in de werkzaamheden en/of communicatie.

Flowmodel docent/leerkracht
Flowmodel docent/leerkracht

Karin van den Driesche – Filterdesign

Professionaliseren – Mentaal model

Het mentaal model (pdf) van het reflecteren en professionaliseren van een docent geeft een duidelijk beeld van de ‘markt’. Van hieruit kunnen oplossingen bedacht worden, top-down. Waar kan RdMC docenten ondersteunen, niet alleen door automatiseren maar ook door bv. het ontwikkelen van trainingen.
Er zijn ook letterlijke vertalingen te maken naar ontwerp oplossingen. Een aantal mentale ruimten hebben een link met elkaar, dit betekent dat binnen een applicatie deze informatie ook gelinkt kan worden.

Mentaal model docent
Mentaal model docent

Karin van den Driesche – Filterdesign

Professionaliseren – Gebruikersonderzoek

Het gebruikersonderzoek heeft geleid tot meer inzichten over rollen, doelstellingen, gedrag, emoties, filosofieën in het algemeen binnen het werkveld van een docent/leerkracht. Wat betreft de focus van het project: ‘Definiëren en analyseren mogelijkheden binnen professionaliseren van docenten/leerkrachten’, weten we nu wat de triggers zijn om te reflecteren, wanneer men individueel reflecteert en waarom, wanneer en waarom men het liefst in groepsverband reflecteert en in welke vorm. We weten nu veel meer over hoe men kennis vergaart, wat de opvattingen zijn over de huidige generatie. Een onderwerp wat vaak terug kwam was, ‘orde houden’. Wat zijn in dit verband de verschillen per school, type docent en wat betekent dit voor een beginnende docent of een docent die na een paar jaar er tussen uit te zijn geweest weer begint. Maar ook wat betekent orde houden voor de ervaren docent die switch van school of klas.
Als het gaat om reflecteren (formeel en informeel) kennen we nu de gewenste tijdpaden die we gaan ondersteunen, omdat we zo aansluiten bij de behoeften van docenten.
Buiten een mentaal model en een flowmodel heeft het onderzoek geleid tot een aantal concepten en ontwerp principes. (Principes zijn een platform waarop ontwerp beslissingen worden genomen.)

Volgende keer: Proformas – Mentaal model

Karin van den Driesche – Filterdesign

Interviews: Vraag tussendoor

De insteek van de interviews met gebruikers, is het in beeld brengen van de werkzaamheden. Bij een bestaand product komt deze natuurlijk aan bod tijdens het gesprek maar het interview is geen usability test van het product. Stel dat ik een arts interview dan wil ik alles weten wat hij/zij doet. Van het ophalen van de patiënt tot de vervolgstappen na diagnose. Hoe een arts omgaat met het managen van het houden van spreekuur, nevenactiviteiten, etc. Deze insteek is vaak een hele omslag als het gaat om het betrekken van gebruikers in het ontwerpproces.
Zo ontving ik na twee interviews deze vraag van Sonja, die de rol als observator op zich had genomen. Het is een vraag die ik vaak hoor bij de start van het UCD proces.
——–
Q: Beste Karin,
Ik zat net achter mijn computer en wellicht heb ik wat gemist in het hele ucd verhaal maar toch heb ik een vraag..
– hoe komen we tijdens de interviews erachter dat Proformas gebruikt gaat worden?
Groetjes Sonja
——–
A:Hoi Sonja,
Goede vraag.
De insteek is, kunnen we Proformas zo inrichten dat het aansluit bij de gebruiker en daardoor gebruikt zal gaan worden. Dus in plaats van het huidige product Proformas proberen te ‘verkopen’ brengen we het professionaliseren in beeld, hoe werkt het nu (formeel en informeel), wat is de aanpak, zijn er meerdere aanpakken, wat zijn de patronen die we kunnen ontdekken, wat zijn de pijnpunten, wat zijn de mogelijkheden. We starten bij het begin en brengen het gedrag, de emotie en de filosofieën (gedrag + emotie + filosofie = taak) van de gebruikers in beeld met behulp van bijvoorbeeld een mentaal model. Er zijn meerdere werkmodellen die ieder voor zich leiden naar een oplossing voor ondersteuning van gebruikers door automatisering (ook op de lange termijn).
Wanneer je niet aansluit bij de gebruiker zal een product een lage kans van slagen hebben vandaar dit onderzoek. Andersom werkt het niet, een product proberen te ‘pushen’, bevalt het product niet dan gaat men gewoon naar een ander.
Is dit een antwoord op je vraag?
Groeten van Karin
——–
R: Ik ben weer helemaal gerustgesteld….
Groetjes en tot morgen
Sonja
——–

Tip Indi Young heeft onlangs een boek geschreven over Mentale Modellen.

Karin van den Driesche – Filterdesign

Professionaliseren – Aanpak

Natuurlijk handig als ik iets uitleg over de aanleiding en aanpak van het re-design van Proformas, bij deze:

Aanleiding
– Het huidige Proformas wordt te weinig gebruikt.
– Usability test m.b.v. enquêtes: uit de resultaten blijkt dat er een hoop verbeterd kan worden.
– Eigen inzichten over (on)bruikbaarheid en onlogische indeling.
– Ontevredenheid over de gekozen oplossing qua techniek.
– Het is moeilijk uit te leggen aan gebruikersgroepen wat Proformas is.

Aanpak
– Onderzoek
Bestuderen van aanwezige bronnen (vragenlijsten, evaluatieverslagen van pilots, etc.)
Expert review; in augustus 2006 heeft Filterdesign reeds een expert review uitgevoerd. Er wordt gekeken in hoeverre deze uitgebreid moet worden
Stakeholders meeting voor het ventileren van wensen en eisen.
Interviews met zeven eindgebruikers.
Patroonherkenning en analyse van de interviews m.b.v. werkmodellen.
Personas met doelstellingen; uitbreiding op de bestaande personas RdMC breed.

– Interactie ontwerp
Opbouw van een Mentaal (verwachting) model van de gebruikers.
Vertalen van het mentale model naar een structuur.
Informatie analyse: welke informatie wordt op welk moment getoond.

– Interface ontwerp
Ontwerpen van diverse navigatiesystemen.
Schematische interface wireframes geven aan waar de belangrijkste interactie elementen komen te staan.

– Gebruikstest m.b.v. een papieren prototype en ‘hard-op denken’
– Grafisch ontwerp
– Handleiding

Karin van den Driesche – Filterdesign

Professionaliseren – Start

Afgelopen week hebben we vijf van de zeven interviews plaats gevonden met docenten over professionaliseren, formeel en informeel.
– Docent wis-, natuur- en scheikunde op een college van Vmbo, Havo en Vwo. Iemand met bijna 30 jaar ervaring.
– Begeleider en opleider van leraren in opleiding en een ervaren docente (20 jaar) ook op een college van VMBO, HAVO en VWO.
– Derde jaars PABO studente.
– Beginnend docente op HAVO en VWO.
– Beginnend docente op VMBO.
Normaliter gaan klanten mee met interviews om de kennis in de organisatie te houden en natuurlijk omdat ze heel nieuwsgierig zijn naar ‘hun gebruikers’. Tijdens de interviews zijn er twee rollen, een persoon houdt het interview en een persoon observeert. Het leuke is dat deze manier van interviews doen vaak een eyeopener is voor organisaties. Het beeld wat men had over het gebruik van een bestaande applicatie en over de aanpak van het dagelijks werk wordt behoorlijk bijgesteld. Meteen worden een heleboel vragen beantwoord: ‘zoals we het nu doen sluit het niet aan’, ‘we moeten functie X echt meer aandacht geven’, ‘eigenlijk ondersteunen we ze nu niet bij’…
Tijdens deze UCD projecten hebben de interviews nog een functie behalve gebruikersgegevens verzamelen: training. Dus ben ik op pad geweest met RdMC medewerkers Sonja en Aschwin zodat ze mee konden kijken en ervaring kunnen op doen. Na het interview bespreken we de aanpak van het interview en het verhaal van de deelnemer. Uiteindelijk gaan ze straks zelf een interview afnemen en ben ik observator van de deelnemer en van de interviewer. Een aantal zaken die we besproken hebben n.a.v. de interviews wilde ik jullie niet onthouden:
– Positie, probeer wanneer je aan een tafel zit te voorkomen dat het een ‘sollicitatie’ achtige sfeer wordt. Ga zo zitten dat de deelnemer zich niet ingesloten voelt. Heb het ook over de werkplek, loop even mee bv. als het werk plaatsvindt over meerdere locaties.
– Kijk de deelnemer veel aan (niet staren) en notuleer zo weinig mogelijk (voicerecorder aan!).
– Benoem liever niet dat een persoon de observator is, dit kan leiden tot nervositeit.
– Laat de deelnemer zijn verhaal doen, in de eigen woorden. Zodra je een nieuw onderwerp hoort, schrijft dit snel op (sleutelwoord) zodat je het niet vergeet. Laat de deelnemer uitpraten over het onderwerp, vraag hier op door en switch zodra alles gezegd is over dit onderwerp over naar het onderwerp wat je hebt opgeschreven.
– Laat je vooroordelen thuis, zeker je enthousiasme over de oplossingen die je hebt bedacht anders wordt het een salesgesprek. We willen juist weten hoe iemand werkt, hoe hij zaken aanpakt, hoe hij oplossingen bedenkt, de pijnpunten en de mogelijkheden.
Belangrijk is dat je je aan iedere deelnemer aanpast.

Volgende keer: meer over interviews afnemen en de training van de RdMC’ers.

Karin van den Driesche – Filterdesign