Criteria voor nieuwe lesmethode

– Of er een opbouw is en of die bevalt. Beginnen bij nul en naar het dak of per thema.
– Op welke manier je wilt gaan lesgeven.
– Inpasbaar bij latere jaren.
– Voldoende kunnen oefenen in datgene wat belangrijk is.
– Wat krijgen ze op het examen, wat moeten ze beheersen.
– Kennisvragen niet, dat staat al in het boek.
– Nieuwe vragen, niet vragen die ze al 3x hebben gedaan.
– Kwalitatief hoog niveau met name het werkboek.
– Eerlijk beeld geven van het vak aan leerlingen.
– Aansluiten bij de bovenbouw.
– Het aanbod bij uitgeverijen, sommige uitgevers bieden niet alle niveaus.
– Handzaam zijn voor leerlingen; niet te zwaar (gewicht), niet twee losse boeken.
– Actueel zijn.
– Combi boeken zijn meer geschikt voor één dan de ander.
– Stappenplannen bevatten.
– Geen breien met tekst.
– Geen saaie inhoud.
– Eerst theorie en dan opdrachten
– Taalgebruik, niet te hoogdravend. (geen spelfouten bevatten)
– Leuk om open te slaan.
– Makkelijk uitgelegd met samenvatting, woordenlijst, index, spiegelen aan voorbeeld opgaven.

Quote: “Het is in guldens… dan kun je jezelf toch niet serieus nemen als je het over de invoering van de euro hebt terwijl die er al vier jaar is. ”

Karin van den Driesche – Filterdesign

Archiveren van eigen materiaal

– In het hoofd.
– 30 tot 40% op papier.
– Aantekeningen zijn voor anderen onbegrijpelijk.
– Fox marks: verzamelen, beschrijving van de site, beschikbaar houden, weer kunnen vergeten want je weet dat je het terug kunt vinden.
– Mapje met proefwerken/overhoringen met daaronder de klassen. Schoolexamens mapje met daaronder de klassen. ANW (ander vak) mapje, daaronder de jaartallen en daaronder de klassen. Mapje met vragen van leerlingen en ingeleverde opdrachten.
– Op onderwerpen en toetsen met toets weging.
– Opbouwen van een verzameling filmpjes en animaties.
– Eigen website.
– Elektronische leeromgeving.

Quote: “Ik heb wel eens tegen een collega gezegd als je bij mij een USB‑aansluiting kunt vinden, dan heb jij een hele hoop informatie. ”

Karin van den Driesche – Filterdesign

Uitleggen door linken met praktijk

Veel docenten leggen uit door een link te leggen naar de praktijk. Ze zijn er continu mee bezig, zien toevallig iets op tv, in de krant of door de vragen van leerlingen.
Hieronder de activiteiten en motivatie die de docenten beschreven om te komen tot een link met de praktijk:
– Putten uit eigen ervaringswereld, dagelijks leven/omgeving, ‘je ziet iets’.
– Zoeken naar analoge beelden.
– Zodat leerlingen het zich kunnen voorstellen.
– Vanuit vragen van leerlingen.
– Via internet, krant, tv, radio, gesprekken met collega’s.
– Algemene dingen die niet direct gelinkt zijn aan het vak.
– Kenmerken van het verhaal waar je iets mee kunt.
– Voortdurende opmerkzaamheid.
– Eerst zien dan durven en op de 3de plaats uitvoeren.
– Enthousiasme voor het vak creëren. (Meer leerlingen die het vak zullen gaan kiezen.)

Karin van den Driesche – Filterdesign

Ontwikkelen lesmateriaal – Emoties

Positief:
– Alle klassen les kunnen geven, trots.
– Ontwikkelen van lesstof is leuk, creatieve uiting.
– Je eigen verhaal kunnen maken en vertellen.
– Feedback van leerlingen op leuke opdrachten en enthousiaste reacties.
– Hogere cijfers betekent hoge kwaliteit onderwijs.
Negatief:
– Alleen als je ervaring hebt wordt je gekozen om te arrangeren. Terwijl je onbevangen moet durven zijn. Anders wordt de lesstof saai, het leeft niet.
– Gratis boeken als een zwaard van Damokles; keuze op basis van geld i.p.v. kwaliteit.
– Werkdruk gaat omhoog omdat je moet gaan filteren, dit leidt tot chaos bij kinderen.
– Ben meer een ‘boekenman’, wij zijn niet opgegroeid met internet.
– Veel werk gestoken in maken van materiaal en prut terugkrijgen, dan denk ik ‘luie zak’.
– Op niveau 1+1 lesgeven, geen politieagent willen spelen.
– Ik ontwikkel veel, mijn collega’s zeggen: ‘Je bent gek!’.
– Niet-commerciële houding van collega’s, alles loopt langs elkaar heen, het schiet niet op. Dat is minpunt van het onderwijs.
– Werkdruk door alle activiteiten buiten het lesgeven.

Karin van den Driesche – Filterdesign

Ontwikkelen lesmateriaal – Analyse

Wat hebben we gehoord
Door turven van uitspraken, gedaan tijdens de interviews, hebben we een aantal patronen kunnen herkennen. Deze patronen hadden betrekking op:
– Emoties (‘Zelf maken van lesmateriaal is leuk’ of ‘De lesstof van de methode is saai, het leeft niet’)
– Zoekgedrag naar lesmateriaal, zie afbeelding
– Aanleiding en motivatie om eigen lesmateriaal (bij) te maken
– Drempels om eigen lesmateriaal te maken
– Motiveren van leerlingen door zelf materiaal te maken
– Link willen leggen naar de praktijk, actualiteiten en de belevingswereld van leerlingen
– Archiveren van eigen gemaakt lesmateriaal
– Filosofieën m.b.t. ontwikkelen van lesmateriaal (‘Ik wil een grotere groep leerlingen die mijn vak kiezen en meer enthousiasme creëren door linken te leggen naar de praktijk.’ of ‘Voorbereiden van de les moet niet langer duren dan de les zelf.’)
– De aanpak van het voorbereiden van een les
– Criteria bij het aanschaffen van een nieuwe methode.
We hebben ook gekeken naar het grote aanbod van lesmateriaal wat al aanwezig is op internet. Een aantal interessante artefacten verzameld. En de diverse verwachtingen t.o.v.  een kennisbank en de rol van een kennisbank binnen de werkzaamheden van een docent in beeld gebracht.

Zoekgedrag lesmateriaal
Zoekgedrag lesmateriaal

Karin van den Driesche – http://www.filterdesign.nl

Ontwikkelen materiaal – Gebruikersonderzoek

Onderzoeksvraag:
Ontwikkelen van lesmateriaal (zie bericht Kennisbanken – Onderzoeksvragen)

Wat hebben we gedaan:
Interviews van ongeveer een uur met acht docenten, verdeeld over een zo divers mogelijk scala van scholen binnen de vakken scheikunde en economie. De interviews zijn semi-gestructureerd en meester-leerling qua aanpak.
Deelnemers waren:
– Leraar in opleiding
– Beginnende docenten, bevoegd en onbevoegd (zij-instromer)
– Ervaren docenten/begeleiders van leraren in opleiding
Eén deelnemer was niet bekend met een kennisbank, de anderen hadden wel eens een kennisbank bezocht.

Vragen als guideline tijdens interviews:
Wat doet men voor, tijdens en na de les?
Wat zijn de triggers voor de verschillende activiteiten?
Boek of geen boek volgen? Relatie met de methode.
Ontwikkelt men samen met anderen?
Hoe lang is men bezig met voorbereiden?
Wordt er meer materiaal ontwikkeld aansluitend bij de methode? Indien ja, waarom?
Heeft men al een duidelijk beeld voordat men gaat ontwikkelen?
Wordt materiaal gedeeld met collega’s?
Enzo.

Karin van den Driesche – http://www.filterdesign.nl

Ontwikkelen materiaal – Onderzoeksvragen

Tijdens de zomerdagen hebben de onderzoeken stil gestaan. In september starten we met het onderzoek voor de Kennisbanken van RdMC. Inmiddels zijn de onderzoeksvragen aangescherpt in de kick-off sessie.
De onderzoeksvragen uit april 2008:
Men ontwikkelt en gebruikt lesmateriaal en men deelt dit met anderen. (formeel en informeel).
– Hoe vindt het ontwikkelen en gebruiken van lesmateriaal nu plaats?
– Hoe, wanneer en met wie wordt lesmateriaal gedeeld?
zijn aangescherpt en losgetrokken in twee delen: gebruiken en ontwikkelen.
1. Voorbereiden van de les; het gebruiken van materiaal (methode) en dingen erbij maken.
2. Ontwikkelen van lesmateriaal, lesbrieven en docenten instructies. Extra aandachtspunt is: Wat zijn de randvoorwaarden om er aan te beginnen?
1A/2A: Delen van materiaal. Bij beide onderdelen komt ook het delen van materiaal aan de orde. Doel is om uit te vinden wat de randvoorwaarden (presentatie, vorm, afhaakmomenten, feedback geven, beloning, ect.) zijn voor het delen van materiaal en ook weer het gebruiken van dat materiaal.

Tot later!

Karin van den Driesche – Filterdesign
PS In de zomerdagen een onderzoek gedaan voor de Open Universiteit, hoe en wanneer besluit men tot het volgen van een opleiding. Houd de OU site in de gaten!

Implementatie UCD proces binnen het Ruud de Moor Centrum (OU)

Begin 2007 heeft Filterdesign voor het Ruud de Moor Centrum een gebruikersonderzoek uitgevoerd om te evalueren hoe hun gebruikers de RdMC producten beleefden. De resultaten hebben het RdMC doen besluiten het UCD proces te integreren in hun bestaande ontwikkelmethode. Dit project heeft de naam gekregen: UCD project!
Met 5 teamleden, Robert, Marc, Hannelore, Kees en mijzelf, zijn we gestart met het opstellen van een aantal activiteiten met als doel om UCD als methode in te voeren binnen de organisatie.

Op deze blog worden de ontwikkelingen en resultaten gepresenteerd van de diverse onderzoek projecten. Deze projecten dienen als casus en training voor alle RdMC medewerkers.
Het gaat om de volgende projecten:
Case 1 Professionaliseren/Re-design van Proformas: dit is een van de producten van RdMC en ondersteunt professionalisering in het onderwijs door formatieve assessment.
Case 2 Kennisbanken: het RdMC heeft meerdere vakspecifieke kennisbanken. De onderzoeksvraag zal zich richten op het ontwikkelen van lesmateriaal.
Case 3 Voorbereiden les. Dit onderzoek gaat verder waar we in 2007 zijn gestopt. De onderzoeksvraag zal zich richten op het ‘voorbereiden van een les’.

In deze blog zullen de projecten door elkaar gaan lopen omdat ze ook daadwerkelijk tegelijkertijd plaatsvinden. Veel plezier!

Karin van den Driesche – Filterdesign

www.ou.nl/rdmc

www.filterdesign.nl/rdmc.html